|
Wat heb ik met moslims?
Een gulden gedragsregel is de wederzijdse tolerantie, want wij denken niet allemaal op dezelfde wijze, we zien slechts een deel van de waarheid en meestal vanuit een verschillende invalshoek. (Ghandi)
Na het zien van de film Fitna met zijn vele geweldsbeelden was ik even verslagen. Ik woon in Huizen, waar nog niet zoveel moslims wonen en in het straatbeeld komen ze niet veel voor. Maar vlak tegenover mij woont een Islamitisch gezin, met enkele jonge kinderen die mij op straat vriendelijk groeten. Even verderop woont een moslim van hoge leeftijd, die enigszins verward door de straat loopt en uitgebreide verhalen tegen me houdt in het Turks. Ik glimlach altijd vriendelijk, zeg iets aardigs in het Nederlands terug en loop dan weer door. Ik heb hem trouwens een tijdje niet gezien, hoe zou het met hem gaan? Maar na die film was ik me er van bewust dat wij elkaar wel groeten, maar eigenlijk niet zoveel van elkaar weten. Elkaar zelfs maar nauwelijks verstaan en begrijpen. Werd ik na Fitna extra vriendelijk door mijn moslimburen begroet omdat zij verwachtten dat elke autochtoon nu met argwaan naar hen kijkt? Of werd mijn glimlach hypocriet, omdat ik ze wilde geruststellen? De film gaf een dubbel gevoel. De beelden van terroristisch geweld en staatsgesponsorde haat waren me voor een deel wel bekend. Het geweld van extremisten was de laatste tijd echter dichterbij gekomen. In Amsterdam-Oost, waar ik geboren ben, speelde zich de moord op Theo van Gogh af. Mohammed B. had op zijn vluchtroute door het Oosterpark precies de weg gekozen die ik vroeger nam als ik vanaf de Linnaeusstraat naar school liep. Net als de meeste andere Nederlanders was ik van dat type geweld verbijsterd. Die beelden riepen in mij de angst wakker voor extremisten aan Islamitische kant maar ook voor de onredelijkheid van hun mogelijke bestrijders in Nederland. Waren er geen pogingen gedaan om moskeeën en Islamitische scholen in brand te steken, na de moord op Van Gogh?
|