|
De kinderen zaten midden in een oorlogsgebied en ze hadden allen een verschillende nationaliteit. Ze spraken allen ook een andere taal maar ze spraken gelukkig ook allemaal Engels. Toen ze elkaar ontmoetten waren ze verbaasd en blij geweest dat ze elkaar konden verstaan. Zelfs Paulo, die van Italiaanse afkomst was en nog maar vijf jaar, sprak een beetje Engels. Het waren maar een paar woorden die hij sprak, maar wát hij sprak liet niets te wensen over en met nadruk had hij steeds weer herhaald, "Ik moet naar het Land van Tá!, dat heeft mijn moeder mij gezegd en mijn vader ook." De kinderen hadden hem verbaasd aangekeken en hadden hem gevraagd wáár dat land dan wel was en of hij wist hoe hij er komen moest? Triest had Paulo zijn hoofd geschud, daarna gingen zijn ogen wijd open en blij riep hij, "ik moét naar het Land van Tá. Ik moét, ik moét, ik moét!" Op dat moment had Ilse de rol van leidster op zich genomen en ze had tegen Paulo gezegd, "Als we erachter komen waar jouw Land van Tá ligt, of als het echt bestaat, dan zullen we erheen gaan. Zijn jullie het ermee eens?" vroeg ze aan de kinderen. De kinderen begonnen ineens allemaal door elkaar te praten, met verhitte gezichten.
|