|
South-Dakota is echt veel vlakker dan North-Dakota. Lichtglooiend groen en geelbruin. Enorme vergezichten; oceanen van graan. Hier geldt dan ook wat een cowboy tegen mij zei: "Kun je in het donker de lichten van de buren zien, dan ben je te dichtbij". Wat zitten we thuis toch dicht op elkaar. Wat een ruimte hier. Ik voel me als een heel klein stipje, wat zich maar langzaam voortbeweegt in deze enorme leegte. Rustig, bijna mediterend maar toch stevig trappend, fiets ik kilometers weg in dit grote land. Ik vermaak me met het opmeten van die afstanden. Ik markeer een opvallend punt ergens aan de horizon b.v. een graansilo en fiets er naar toe. Gemiddeld is dat 18 km. Nu fiets ik geen kilometers meer, maar horizonnen. Eergisteren 4, gisteren bijna 8 met de wind in de rug en vandaag ben ik in voor 5 einders. Helaas is de wind gedraaid, maar ik wil koste wat het kost Pierre bereiken. Ik wil aldaar een dag rommelen; de was doen, Koga verzorgen en allereerst naar de VVV. Ik heb het zo besloten; ik wil hoe dan ook naar Mt. Rushmore een 200 mijl hier vandaan. Even geen Lewis & Clark. In gedachten maak ik een lijst met wat te vragen en wat verder te doen, een boodschappenlijst etc. De weg is superrustig en ik geniet van de stilte. En dan gebeurt het. Een auto passeert me, heel langzaam, bijna stapvoets, twee kerels zitten er in. En ja hoor; het zal toch niet, een stuk verderop draaien ze van de weg, stappen uit en staan me op te wachten. Jakkes, dit is de eerste keer dat mijn nekharen overeind gaan staan, alarmfase 1.
|