|
Kan de Christelijke religie aan de liberale samenleving de bezieling verschaffing, die ze nodig lijkt te hebben, gezien het ‘verval in het westerse normen- en waardebesef’ dat velen constateren? Door de voorrang die wordt gegeven aan de technologie en het bijbehorende wetenschappelijke bedrijf vanuit een versmald begrip van het mens-zijn is het sociale en morele verband tussen mensen in de concrete leefgemeenschap verzwakt. Een religieus waardebesef, een ervaring van het ‘Heilige’ dat mensen verenigt in een gemeenschappelijke beleving, zou de rationele inrichting van de maatschappij kunnen aanvullen en zelfs funderen.
Maar wat bedoelen we, wanneer we over de ‘Christelijke religie’ spreken? In de aanduiding zit een zekere spanning. Met de term ‘Christelijk’ verwijzen we naar een geschiedenis, leer en levenswijze die vanaf het optreden van Jezus van Nazareth, vanuit zijn levensverhaal en de apostolische verkondiging van de opstanding via de kerkgeschiedenis doorloopt tot in het heden. Het woord ‘Christelijk’ verwijst naar de geschiedenis van een gemeenschap van mensen die leven vanuit een proclamatie, vanuit de ‘blijde boodschap’ namelijk dat ‘God in het laatste der dagen gesproken heeft in [de] Zoon’ (Hebr. 1:1). Het zal nog blijken hoezeer deze uitdrukking, dat God gesproken heeft, van beslissend belang is. Met ‘religie’ wordt in dit verband vooral gedacht aan het in de 18e eeuw ontwikkelde begrip van een vorm van gerichtheid op het oneindige in de menselijke natuur. Religie is de menselijke gerichtheid op het ‘ultieme’, op dat wat ons uiteindelijk aangaat en zo ook wordt beleefd in mystieke en religieuze ervaringen van het heilige, en als het absolute, hoogste zijnde kan worden gedacht.
|