|
Ik lach koeltjes naar hem, terwijl ik me doodschaam voor de blikken van de voorbijgangers die allemaal naar Bram en zijn dansje kijken. Deze date is wat mij betreft helemaal mislukt, hoewel Bram de tijd van zijn leven lijkt te hebben! We lopen naar de zweefmolen, waar we maar een minuutje hoeven te wachten. Ik kijk een beetje in het rond, terwijl Bram in de zweefmolen stapt. Hij is er al aan gewend dat ik niet zo’n pretparkentype ben, denk ik, want hij doet geen poging meer om me in de attracties te krijgen. Ik houd meer van de rustige attracties, waarvan je niet hartstikke misselijk wordt. Ongeduldig wacht ik tot de zweefmolen uitgedraaid is en Bram er weer uit komt. Maar als het ding stopt, blijft Bram zitten. Lichtelijk geërgerd loop ik in zijn richting. ‘Kom je er niet uit?’ vraag ik hem op een toon alsof ik het tegen een klein kind heb, wat in zekere zin ook het geval is. ‘Nog één rondje,’ smeekt hij terwijl hij zijn handen ineen vouwt en een zielig gezicht trekt. Ik mompel iets onverstaanbaars en loop achteruit. Ik ga wel ergens op een bankje zitten wachten totdat dat achterlijke machientje is uitgedraaid. Ik ben blij dat ik op het station nog even een tijdschrift gekocht heb. Ik blader er doorheen en kijk af en toe in de richting van de zweefmolen. Om Bram heen zitten allemaal kleine kinderen. Ik moet zachtjes om hem lachen. Na een hele tijd komt Bram opgewonden aangelopen. ‘Ik ben nóg een keer in de zweefmolen geweest,’ zegt hij ondeugend, met een grote grijns op zijn gezicht. Nou, volgens mij is hij er nog wel dríe keer in geweest, maar ja...
|