|
Dorien zegt: "Oma, jij bent!" Samen doen ze een spelletje kinderyahtzee. Dorien kan het al heel goed. Spelletjes doen vindt ze leuk. Helemaal als dat samen met oma en opa kan. Die hoeven nu toch niet voor de boot te zorgen. Als het afgelopen is, heeft oma de meeste punten en daarna Dorien. Maar ja, die heeft ook een keertje Yahtzee gegooid. Opa verliest en dat vindt ie helemaal niet leuk.
"Zal ik je laten zien hoe je zo’n knoop maakt?", vraagt opa. Hij laat Dorien een stoppersknoop uit het boekje zien. Dat wil Dorien wel en ze kijkt om zich heen of ze een stukje touw kan vinden. "Maak je dan ook een apenknoop, opa? Weet je wel, zo’n balletje." "O ja, een apenvuistje bedoel je", antwoordt opa. "Dat is wel een moeilijke hoor." Maar na een poosje prutsen, heeft hij het toch voor elkaar.
Doriens oogjes glinsteren. Ze slingert het touw rond en probeert het apenvuistje op opa’s hoofd neer te laten komen. Dat mislukt gelukkig en opa roept: "Hé aap, daarvoor was dat vuistje niet! Ik zal jou eens pakken." En hij pakt Dorien beet en kietelt haar eens stevig.
|