|
Uiterst onvriendelijk worden we verzocht mee te komen naar zijn kantoor. Hij wil onze paspoorten zien, maar wil niet uitleggen wat we fout gedaan hebben. "Op mijn bureau zal ik jullie uitleggen wat er aan de hand is," verklaart de man. Hij heeft geen uniform aan, dus geven we onze paspoorten niet zomaar af. We lopen richting de auto, met de smoes dat de paspoorten daar zijn. Onderweg houden we een politieagent in uniform aan, deze bevestigt dat de grote Soedanees van de veiligheidsdienst is. Maar wat wil die man van ons? Maken wij Soedan onveilig? Ik zie ons al met zijn vieren in de gevangenis in Soedan. Bij de auto geef ik hem niet mijn paspoort, maar mijn fotografievergunning, want daar zal het wel om gaan. De man kijkt even naar het stukje papier met mijn pasfoto en neemt het in beslag. Bob is zijn paspoort aan het zoeken, maar ik kan hem nog op tijd waarschuwen. "Niets afgeven Bob, hij neemt het in beslag," is mijn mening. We besluiten met hem mee te gaan naar zijn bureau. We gaan met de auto, de forse Soedanees en de politieagent in uniform proppen zich naast ons op de achterbank. Via wat onverharde achterafstraatjes wijst de man ons de weg naar het politiebureau.
We lopen achter hem aan richting het kantoor van de chef. De chef spreekt geen woord met ons. We luisteren naar hoe de beveiligingsman een heel verhaal ophangt in het Arabisch. We verstaan er niets van, maar aan het eind van het verhaal vraagt de beveiligingsman of mijn camera digitaal is. Hij wil de foto’s aan zijn chef laten zien. Ik laat hem de laatste foto zien van vijf mannen achter hun naaimachines op de markt, ieder met een stralende glimlach. Het is duidelijk te zien dat de mannen geen bezwaar maakten om gefotografeerd te worden ...
|