|
Het Indonesisch recht is gebaseerd op Nederlands recht en het is dan ook niet verwonderlijk dat in de rechtskundige terminologi veel sporen van het Nederlands zijn terug te vinden. In het strafrecht begint het soms met een bandit die een delik begaat en door de agen van polisi aan de hand van zijn sinyalemen wordt opgepakt, dat heet: arestasi. Men kon hem trasir (traceren) aan de hand van een goed sinyalemen. De kriminil had met een instrumen een brangkas geopend en had een pistol en bayonet in zijn bezit. Ook was hij agresif, dat is allemaal verboden. Een proses verbal volgt, soms met een suplemen. Er wordt menig dokumen met ingewikkelde teks opgemaakt op veel pagina. Die moeten komplit en otentik (authentiek, rechtsgeldig) zijn. De birokrasi is groot, en als amtenar verstuur je diverse formulir. De bandit heeft waarschijnlijk een alibi. De advokat houdt een pleidoi om de delinkuen uit de bui of sel te houden. Het woord bui betekent boei (baken op zee), het woord sel betekent cel -in alle betekenissen, dus bv. ook bloed/telefooncel. Maar beide woorden kunnen ook gevangenis betekenen. Justisi levert het rekuisitor, de advokat kan nog van replik dienen, maar uiteindelijk spreekt de rechter (in toga) het vonis uit, waarbij hij rekening houdt met de jurisprudensi. Daarna is er nog kasasi mogelijk, of uiteindelijk grasi of amnesti, verleend door de Presiden.
|