|
"Stop eens even", zegt Katrien. "Zeg Marion, er komt, geloof ik, een boodschap voor jou. Het lijkt wel of jouw moeder hier ook aanwezig is! Hoe heet jouw moeder?" "Mijn moeder?" Marion schrok. "Mijn moeder kan het nooit zijn. Ten eerste heeft ze heel haar leven niet naar mij omgekeken. Waarom zou ze hier dan ineens opduiken! En ten tweede leeft ze nog." Marion spreekt niet graag over haar ouders. Het is een te pijnlijk onderwerp. Het zien van de ontroering die de groeten van hun overleden moeders bij haar vriendinnen opwekt, maakt haar wat wrevelig en onzeker. Ze heeft geen moederliefde ondervonden en kan zich de gevoelens van haar vriendinnen niet indenken. "Zou ze ondertussen niet gestorven kunnen zijn?", dringt Katrien aan. "En dat je dat niet weet?" "Eh, ja, nee, enfin, dat zou misschien wel kunnen. Ik weet niet, hoor. Ik denk dat ik haar overlijden toch wel op de een of andere manier gehoord zou hebben." "Weet je wat", vervolgt Katrien, "laten we gewoon eens proberen. Je weet maar nooit. Laten we eens om haar naam vragen. Jij bent de enige die haar naam weet. Kom, leg je vinger terug op het plankje van het ouiabord en laten we kijken wat er gebeurt."
|