De vesting Bakkolloth - Quintalogia V

Frans Schaars

Category: Fantasy

€ 21,99
Free shipping
Delivery between two and five working days (the Netherlands and Belgium)

Summary

In de wildernissen ten oosten van Creapon ontmoet Farras Innez en Kolmur, een bejaard echtpaar bij wie hij rust en troost vindt om wat er in de Tempelstad was gebeurd. Samen met de jonge herdershond Niddo trekt hij twee jaar later eropuit om zijn elfenvriend Ralphin te gaan zoeken. De elf ontwaakt uit de wachtrust en samen trekken ze de grensrivier over, Sousourion in. Beide vrienden worden in Groppel van elkaar gescheiden en getergd trekt Farras richting Ekbakkol, de hoofdstad, waar hij als bedelaar vermomd weet door te dringen tot de vesting Bakkolloth. In de grote zaal heeft de tiran Filouratacz alle landmeiers verzameld om zijn macht te consolideren. Dan gooit Farras zijn vermomming van zich af...

From the book

Een klets rivierwater midden in zijn gezicht verdreef genadeloos dat korte grootse gevoel. Voor hem krioelde het van brasems, groter dan ratten en even ziekelijk en afstotelijk als de vis die voor zijn ogen door een arend uit het wilde water gegrepen was. Ruisvoorns drongen zich met hun rode borstvinnen tussen de karpers door en werden gevolgd door een grote school laffe possen die hij aanvankelijk helemaal niet had opgemerkt. Ontzet staakte hij even zijn zwemtocht.
“Ralphin?” De elf opende zijn ogen en Farras voelde dat het elfenlijf sidderde van schrik. Terwijl hij watertrappelde, streelde hij bemoedigend over de benen van Ralphin en meende hij iets geruststellends te moeten zeggen, maar de elf kwam dichter bij zijn hoofd en sprak resoluut:
“Laat je niet afleiden. Vissen! die zijn voor mij. Zwem door, ik blijf je vasthouden met alleen mijn benen, want ik gebruik nu mijn armen.” Het klonk even overtuigend als Bertram Graafsma had geklonken tijdens de gevaarlijke wendingen van Graam over de stroomversnellingen. De elf drukte achteloos een kus in Farras’ oor, maakte de rugzak open, spande alsof hij een ruiter was op de rug van zijn galopperende hengst, de kruisboog en sneller dan Farras’ ogen het konden volgen, schoot hij de kleine pijlen feilloos tussen de ogen van de vijandige karpers. Vanuit het niets snelden enkele lange snoeken op de gevelde karpers toe en onmiddellijk verslonden ze de nog lillende, gewonde vissen. Opeens kwamen andere drijvende takken tot leven: het bleken toeschietende loerende snoeken te zijn die na de eerste aanval van hun soortgenoten het rivierwater nog meer in beroering brachten en verwarring en paniek veroorzaakten tussen de karpers en de brasems. “Nu! Zwem verder!” klonk het zakelijk. De elf bleef stevig aan hem vastgeklemd en Farras hervatte de overtocht, terwijl hij de met pijlen doorkliefde karpers met zijn zwemslagen wegsloeg. Er was nu niets meer in zijn hoofd dan de wil om zijn ademhaling stug vol te houden en door te zwemmen, slag na slag. Toen voelde hij de armen van de elf weer om zijn schouders. “Ik heb alle pijlen verschoten. Geef me je dolk.” Farras trok de dolk die net boven het linkerbeen van de elf tegen zijn heup had gedrukt. Weer liet Ralphin hem los en toen hij het zwaard in zijn rechterhand nam, slaakte hij een oorlogskreet krachtig als een hoornstoot in de bergen. Nu zwaaide hij de dolk als een zwaard even boven zijn hoofd. Het wapen maakte een hoog snerpend geluid, alsof de elf lucht in tweeën had gesneden.
Ralphins gezicht stond verbeten. Met zijn linkerhand hield hij zich vast aan de schouder van Farras, met zijn andere hand scheerde hij de dolk als een klein zwaard over de kolkende golfjes van de rivier en met die eerste maaiende beweging doorkliefde hij onmiddellijk drie alen die sissend over de drijvende dode karpers omhoog hadden willen schieten. Terwijl hij het wapen terugdraaide, dreef hij het staal bij twee brasems door de rug en onmiddellijk verdwenen de opengereten beesten in de muilen van hun soortgenoten. Kalm klom de elf hoger op de rug van Farras, zodat hij iets boven diens hoofd uitstak en hun directe belagers recht van voren kon zien opdringen.

About the author

Frans A.M. Schaars (1953) is geboren in Didam en begon in 2017 met het publiceren van Quintalogía: vijf fantasyboeken over de belevenissen van Farras. Het eerste deel Het Herenhuis vertelt zijn jeugdjaren. Deel twee, De Donjon van Daim, verbeeldt zijn mooie jaren in de Vlakte van Daim. Deel drie, het middenstuk van het vijfluik, sluit Farras’ verblijf in de Merliëns af: Zingende Sluizen. Deel vier verhaalt zijn tocht naar Creapon. Nadat hij De Witletingburcht heeft bezocht, dringt hij door tot het tempelcomplex waar hij verstrikt raakt in de problemen van de wederopbouw. In deel vijf moet Filouratacz zich verantwoorden...

Reviews



Write your own review

:

Your email will only be used for the given review

:
:
:
 

Product information

Title:

De vesting Bakkolloth - Quintalogia V

Author:

Frans Schaars

Category:

Fantasy

Number of pages:

256

Illustrated:

No

Format/size:

Paperback 16 x 24 cm

Release date:

10-05-2019

ISBN:

978-94-6389-240-7 / 9789463892407

Price:

€ 21,99

Language

Dutch