E poar veroaltsjes oitet stad
Leuke anekdotes en historische stadsweetjes in een “Antwaareps frakske” gestoken
- Prijs
- € 19 ,50
- Verzending
- Gratis verzending in Nederland en België
- Levertijd
-
Twee tot vijf werkdagen vanaf publicatie
past door brievenbus
(Nederland en België)
Samenvatting
Over de auteur
Productinformatie
- ISBN
- 9789464504361 / 978-94-645-0436-1
- Uitgeverij
- Boekscout
- Verschijning
- 01-04-2022
- Taal
- Nederlands
- Genre
- Reizen
- Uitvoering
- Paperback
- Pagina's
- 118
- Formaat
- A5
- Illustraties
- Ja
Inkijk
Stanske
Stanske van ’t gangske was een krel van e waaif. Een rotslechte vrouw die de moeders die hun pasgeboren ongewenste kindjes in de schuif wilden leggen, stond op te wachten in de Jacopijnenstraat, de huidige Zwartzustersstraat. Dat was een schande natuurlijk en ze perstte ze af. Zodoende verdwenen de moeders met hun baby’s het ongeluk in en liep het vaak voor een van hen of beiden noodlottig af.
Tot op een bewuste zonnige dag, terwijl Stanske havermoutpap aan het bereiden is, wordt ze gestoord door het luide gehuil van een baby. Het is niet waar hé, denkt ze. Ebbe ze ier naa zoe rotjoenk veur maain deur gelee? Ze neemt haar zwaarste koperen pan van de haak aan de muur en opent haar deur met erg duistere gedachten.
Op haar stoep staat een rieten mand. Nijdig wandelt ze erop af de pan dreigend de hoogte instekend. Maar dan blijft ze als verlamd staan. In de mand ligt een baby en het is een jongetje. Op zijn kale hoofdje staat een grote geelblonde krul en hij knippert met zijn felblauwe ogen. Kust naa me gat, denkt ze, wat e schoein joenk zedde gaai. Het lijkt wel of de baby haar verstaat en hij lacht en kraait. Stanske neemt hem mee in haar huisje, geeft hem pap en laat hem zelfs een boereke loate. Maar dan laat ze de baby weten dat ze er niet voor kan zorgen en dat ze hem in de schuif gaat leggen. Zo gezegd zo gedaan. Maar wanneer ze de eerste stap buiten zet, wordt de rieten mand zwaarder en zwaarder. Ook de baby verandert. Zo groeien zijn armpjes en beentjes tot ze over de grond slepen en Stanske de loodzware mand amper nog kan dragen. En dan gebeurt het, vanuit de mand springt Lange Wapper. Met knikkende knieën en angst in het hart begint Stanske te jammeren, maar Lange Wapper is ongenadig en zegt: ‘Stanske van ’t gangske, gaai krel van e waaif. De mensche den duvel aandoeng in Antwaarepe is maain job, ni die van a. Lappet nog iene kier en ik koom oe aale en neem oe mij nor maain ol in de roije en ge kiert noeit nimmer weer. Edde me verstoan lielijke toeverex?’
Stanske krijgt er geen woord uit, valt op haar knieën en begint te bidden tot de heilige moeder Maria. Lange Wapper verdwijnt en ook van de rieten mand is geen enkel spoor meer te bekennen.
Geloof het of niet maar sinds die dag bekeert Stanske zich volledig. Ze begint de ongewenste hulpeloze moeders te benaderen en te helpen met een centje en een vers gemaakte soep en warme kledij. En een krel van e waaif weurdt nog een braave madam. Ieder zijn job, nietwaar?